Bedrijfsmanagement

GEZONDHEIDSSTATUS

Eerste biest van levensbelang

eerste biest van levensbelang Biggen krijgen bij de geboorte nauwelijks reserve-energie en afweerstoffen mee. Dit maakt ze kwetsbaar voor ziektekiemen. Voldoende biestopname en goede biestkwalitiet verhogen de overlevingskans. De opname van biest is van levensbelang vanwege:

  • Energie
  • Afweer

Energie
Na de geboorte komt een big in een omgeving terecht die (afhankelijk van de temperatuur in het kraamhok) wel 10-15 graden lager is dan de normale lichaamstemperatuur van 39°C. In het eerste uur kan de lichaamstemperatuur van de big wel 4-5 graden dalen. Het kost veel energie om de lichaamstemperatuur weer omhoog te krijgen. In tegenstelling tot de meeste andere zoogdieren hebben biggen geen 'rugzakje' gevuld met reserve-energie bij de geboorte. De opname van voldoende biest is daarom van groot belang om de lichaamstemperatuur op peil te krijgen.

Afweer
Bij varkens vindt tijdens de dracht geen uitwisseling van afweerstoffen plaats via de placenta. Een big wordt zonder immuniteit geboren en zal de afweerstoffen door de opname van biest binnen moeten krijgen. Zeugenbiest zit boordevol afweerstoffen. Doordat de darmen van een pas geboren big zeer poreus zijn kunnen afweerstoffen uit de biest goed worden opgenomen. Deze doorlaatbaarheid van de darmen neemt na de geboorte snel af, daarom is het belangrijk dat de biest zo snel mogelijk wordt opgenomen. Ook is het zo dat de hoeveelheid afweerstoffen in de biest gestaag afneemt na de geboorte van de eerste big. Het zogen van de biggen stimuleert de melkgift, waardoor na zes uur de concentratie afweerstoffen al met 50% is verdund.

Factoren voor de hoeveelheid afweerstoffen
De hoeveelheid afweerstoffen in de biest is afhankelijk van de hoeveelheid afweerstoffen in het bloed van de zeug. Hierin speelt het tijdsbestek tussen het contact met de ziektekiem en de productie van biest een belangrijke rol. Contact met een ziekteverwekker kan ook een vaccinatie zijn. Zeugenvaccinaties aan het einde van de dracht kunnen de hoeveelheid afweerstoffen in de biest verhogen. Het ideale moment voor zogenaamde 'boostervaccinaties' ligt tussen de 21 en 14 dagen voor de verwachte werpdatum.

Biestproductie varieert van 1,5 tot 5,5 kg
Gemiddeld produceert een zeug tussen de 3,3 en 3,7 kg biest in de eerste 24 uur na de geboorte. Per individuele zeug kan dit variëren tussen de 1,5 en 5,5 kg. De uiteindelijke hoeveelheid biest die de zeug produceert wordt onder andere bepaald door het verloop van de hormoonhuishouding en het eventueel inleiden van de geboorte. Hoe eerder in de dracht de geboorte op gang wordt gebracht, des te lager de hoeveelheid biest.
De hoeveelheid biest hangt níet af van de worpgrootte, in tegenstelling tot de melkproductie. Dit houdt in dat, hoe groter de worp, hoe moeilijker het is om de biest eerlijk verdeeld te krijgen over alle biggen.

Extra aandacht voor gelten
Jonge zeugen hebben over het algemeen minder afweerstoffen in hun biest dan oudere zeugen. Daarom zijn biggen van gelten vaak kwetsbaarder. Dit is een belangrijke reden om bij biestmanagement extra aandacht te besteden aan de biggen van gelten en jonge zeugen.

Geboorteproces bepaalt vitaliteit big en biestkwaliteit
Of een big voldoende biest opneemt, is afhankelijk van de vitaliteit van de big. Dit wordt grotendeels bepaald door de duur van het geboorteproces. Gemiddeld duurt het geboorteproces tussen de 3,5 en 4 uur. Een langduriger werpproces heeft een negatieve invloed op de vitaliteit van de biggen (bijvoorbeeld door zuurstoftekort). Daarnaast vermindert na verloop van tijd de kwaliteit van de biest die nog beschikbaar is, zeker voor de laatst geboren biggen. Split suckling (het tijdelijk scheiden van de biggen die voldoende biest binnen hebben gekregen) of pleegzeugen kunnen helpen het biestmanagement te optimaliseren.

Gericht biestmanagement verhoogt de overlevingskans
Een big heeft 250 gram biest nodig voor voldoende energie én afweerstoffen. Bij een gemiddelde biestproductie van 3,5 kg zou een zeug veertien biggen van voldoende biest kunnen voorzien, mits zij een gelijke hoeveelheid binnen krijgen. In de praktijk is dit een utopie. Bij worpen van vijftien tot soms wel twintig levende biggen is het vrijwel onmogelijk om alle biggen op tijd en van voldoende biest te voorzien.

U kunt de overlevingskans zo groot mogelijk maken door:

  • Een goed verlopend werpproces
    • goede voeding en conditie van de zeug
    • rust
    • zo min mogelijk inleiden van de geboorte
    • vaccinatie kan de hoeveelheid afweerstoffen in de biest sterk verhogen
  • Optimaal biggenmanagement
    • split suckling
    • juiste staltemperatuur
    • geen tocht
    • hygiënische, droge, schone omgeving
    • actief aan het uier leggen
    • de eerste dagen geen handelingen, maar rust