Vaccineren

BETER VACCINEREN

Zes praktische tips rondom het toedienen van vaccins

beeld beter vaccineren Het beter toedienen van vaccins gaat vooral over hóe u vaccineert. Dat begint bij het bewaren van vaccinmateriaal, maar gaat ook over het bereiden, doseren en het uiteindelijke inspuiten bij het dier. Het volgen van de bijsluiter is natuurlijk altijd het vertrekpunt, maar er zijn nog zoveel praktische zaken die het succes kunnen vergroten. Zes tips voor u op een rij.

Bewaring: check de temperatuur van de koelkast
Dat de meeste vaccins gekoeld bewaard moeten worden, is natuurlijk niks nieuws. Maar checkt u weleens de temperatuur van de koelkast en of die overeenkomt met wat in de bijsluiter staat? Meet de temperatuur eens met een losse thermometer op verschillende plekken in de koelkast. In de praktijk blijkt dat, zeker bij wat oudere modellen, de temperatuur bij de deur vaak boven de gewenste temperatuur ligt. Terwijl het achterin, tegen het koelelement aan, soms zelfs kan vriezen. Voor vaccins geldt zeker niet 'hoe kouder, hoe beter'. Bevriezing kan de werkzaamheid aantasten en bij jonge biggen bestaat het risico op een 'koudeshock' bij het toedienen van een te koud vaccin. Af en toe even de proef op de som nemen qua temperatuur kan dus geen kwaad.

Bereiding: schudden=schudden en zwenken=zwenken
Voor de bereiding van een vaccin geldt altijd: schudden is echt schudden en niet het flesje een enkele keer omdraaien. Tegelijkertijd geldt dat ook als er zwenken op de bijsluiter staat: ga het flesje dan niet enthousiast schudden. De eiwitten in het vaccin kunnen dan opgeklopt worden, waardoor er schuim ontstaat. De bestandsdelen zijn dan niet meer gelijkmatig verdeeld over het flesje en het is dan lastig in te schatten of elk ingespoten dier de juiste hoeveelheid vaccin krijgt.

Dosering: niet verhogen of verlagen
Doseringen op de bijsluiter zijn bepaald op basis van registratieproeven en berekend op basis van de benodigde hoeveelheid antigeen voor de ideale immuunrespons. Het is absoluut onverstandig om hier zelf van af te wijken! Bij een te lage dosering is het risico groot dat de bescherming van uw dieren te wensen over laat en een te hoge dosering vergroot het risico op bijwerkingen. Ziet u bij de normale dosering (te)veel bijwerkingen, dan kan het zijn dat uw dieren iets anders onder de leden hebben of dat het vaccin te koud wordt ingespoten. Raadpleeg te allen tijde uw dierenarts.

Toediening - juiste naaldlengte, loodrecht, schoon en scherp
De meeste vaccins moeten intramusculair - in het spierweefsel - worden ingespoten. Om de vaccinvloeistof daadwerkelijk in het spierweefsel te spuiten, moet uw naald lang genoeg zijn. Bij een te korte naald bestaat de kans dat u het vaccin in het vetweefsel spuit en als gevolg daarvan het immuunsysteem niet of onvoldoende reageert.
Aanbevolen naaldlengte (bron: IPVS 2013):

  • Kleine biggen: 1,5 cm
  • Biggen 20 kg: 2 cm
  • Varkens 50 kg: 3 cm
  • Varkens 100 kg: 4 cm
  • Zeugen, gelten, beren: min. 4 cm

Let er daarnaast op dat u de naald loodrecht insteekt op de huid. Bij zeugen in de kraamstal of dekstal worden dieren regelmatig geënt met een zogenaamde revolverspuit. Omdat u ze hiermee van achter benadert, wordt de naald dan vaak schuin in plaats van loodrecht ingestoken en dat vergroot het risico van inspuiten in het onderhuidse vetweefsel.

Verder is het in verband met ziekteoverdracht natuurlijk belangrijk de naald regelmatig te vervangen. Het liefst per dier, maar in ieder geval per groep dieren. En wees u ervan bewust dat een botte naald niet alleen pijnlijker is, maar ook 'troep' die op de huid zit naar binnen kan brengen. Kritisch zijn op de naalden die u gebruikt is een belangrijk onderdeel van uw vaccinatieroute-succes.

Vaccinatiemoment - stress en ziekte omzeilen
Het juiste vaccinatiemoment kiezen klinkt misschien simpeler dan het is. Ook hier geldt dat de bijsluiter leidend is: vanaf welke leeftijd van de biggen of in welk deel van de cyclus van de zeugen mag je wel of niet vaccineren. Enten onder stressvolle omstandigheden is af te raden omdat stoffen/hormonen op dat moment het immuunsysteem onderdrukken. En laat nou juist het immuunsysteem hét doelorgaan van de vaccinatie zijn.

Dit geldt ook voor zieke dieren. Het immuunsysteem is druk met het bestrijden van de ziektekiem en zal waarschijnlijk onvoldoende of op zijn minst onvoorspelbaar op de vaccinatie reageren. Omzeil daarom het vaccineren van zieke dieren, stel liever de vaccinatie uit totdat ze weer opgeknapt zijn.

Combineren - effect moeilijk te voorspelen
In de meeste bijsluiters leest u dat er weinig bekend is over hoe het vaccin zich gedraagt als het gelijktijdig ingespoten wordt met andere producten, hetzij gemengd, hetzij met aparte spuiten/naalden. Dat betekent dat er geen specifiek onderzoek is gedaan en het zomaar mengen van twee of meer producten is dan ook ten zeerste af te raden. Het is moeilijk te voorspellen hoe de producten met elkaar zullen reageren (chemische reactie of eventueel het afdoden van een levende vaccin) en nog moeilijker om te voorspellen wat de invloed hiervan op het dier zal zijn.

Heeft u op nog aanvullende vragen over de do's en dont's rond het toedienen van vaccins, raadpleeg dan altijd uw bedrijfsdierenarts. Hij/zij kan u exact vertellen wat wel of niet kan en waarom.

Anke Verhaegen Door varkensdierenarts Anke Verhaegen
Technisch specialist bij Zoetis